Veelgestelde vragen

Echtscheidingsprocedure

U kunt een scheiding samen met uw echtgenoot/echtgenote aanvragen. Maar u kunt ook alleen een scheiding aanvragen. In beide gevallen heeft u wel een advocaat nodig. Uw advocaat zorgt er dan voor dat namens u bij de rechter een verzoek tot echtscheiding wordt ingediend.

Wanneer u via mediation tot afspraken met elkaar komt, dan kunnen deze afspraken worden vastgelegd in een echtscheidingsconvenant. De advocaat-mediator kan het echtscheidingsconvenant dan samen met een verzoekschrift tot echtscheiding bij de rechter indienen. Meer informatie over mediation

U kunt dan via uw eigen advocaat een verzoek tot echtscheiding indienen bij de rechter. Dit heet een eenzijdig verzoek. Uw partner kan dan via zijn/haar advocaat verweer voeren, maar dit is niet verplicht.

Ouderschapsplan

Een ouderschapsplan is wettelijk verplicht voor gehuwde en geregistreerde ouders. Ook samenlevende ouders die gezamenlijk gezag uitoefenen over hun kinderen moeten een ouderschapsplan maken bij beëindiging van hun samenleving.

Nee. In het ouderschapsplan kunt u zo veel afspraken opnemen als u zelf wenst, maar een aantal afspraken zijn wettelijk verplicht, namelijk:

- afspraken over de manier waarop het ouderlijk gezag wordt vormgegeven;
- afspraken over de verdeling van de verzorging en opvoeding van de kinderen;
- afspraken over de kosten van verzorging en opvoeding (de kinderalimentatie);
- afspraken over de manier waarop u elkaar informeert en consulteert over belangrijke aangelegenheden aangaande de kinderen, bijvoorbeeld over de schoolkeuze.

Het is wel verstandig om ook andere afspraken op te nemen in het ouderschapsplan, bijvoorbeeld over wat u belangrijk vindt in de opvoeding, bepaalde regels (bedtijden, huiswerk) of opvattingen over straffen. Ook het contact met de wederzijdse families kunt u benoemen in het ouderschapsplan.

In het ouderschapsplan maakt u afspraken over hoe u na de scheiding voor het kind zorgt. Verplichte onderdelen zijn afspraken over het gezag, de verdeling van de zorgtaken, de kinderalimentatie en de wijze waarop u elkaar gaat informeren en consulteren over belangrijke beslissingen over het kind. Het komt regelmatig voor dat ouders het niet overal over eens kunnen worden. In dat geval kunnen zij de rechter vragen om een beslissing. Wel moeten zij dan kunnen aantonen dat zij alles hebben gedaan om met elkaar tot een oplossing te komen. Als zij dat niet kunnen, zal de rechtbank geen beslissing nemen, maar partijen bijvoorbeeld naar een mediator verwijzen.

Als u getrouwd of geregistreerd partner bent, dan bent u verplicht om een kopie van het ouderschapsplan mee te sturen met het echtscheidingsverzoek. Doet u dat niet, dan zal de rechtbank uw zaak niet in behandeling nemen en de zaak aanhouden totdat u wel een ouderschapsplan kunt indienen. Als het u niet lukt om een ouderschapsplan in te dienen en u kunt aantonen dat u er wel alles aan gedaan heeft om met uw partner een ouderschapsplan op te stellen, dan zal de rechtbank uw zaak ook in behandeling nemen. De rechtbank zal dan uiteindelijk een beslissing nemen.

Als u zonder succes alles heeft geprobeerd om hem/haar ertoe te bewegen samen een ouderschapsplan op te stellen, dan kunt u uiteindelijk de rechtbank vragen om een beslissing te nemen.

Ja, dat is zelfs het uitgangspunt. Heeft u vragen of komt u er samen niet uit, dan kunt u de hulp van een advocaat of een mediator inroepen.

Ja, u kunt het ouderschapsplan op ieder gewenst moment aanpassen. Kinderen ontwikkelen zich voortdurend en situaties en inzichten die u heeft kunnen veranderen. U moet wel samen overeenstemming bereiken over een aanpassing. Lukt dat niet, dan moet u de rechter vragen zich erover uit te spreken.

Zorgregeling

Nee, beide ouders moeten dit willen. Wel kan de rechter een zorgregeling vaststellen die daaraan vergelijkbaar is. De rechter zal daarbij een belangenafweging maken en vooral kijken naar het belang van het kind.

Als u het samen niet eens kunt worden over een zorgregeling, dan zal de rechter deze vaststellen. Is het kind twaalf jaar of ouder, dan krijgt het van de rechter een uitnodiging voor een gesprek of het sturen van een brief. Het kind is niet verplicht om daaraan gevolg te geven, maar het kan met een gesprek of brief wel aangeven wat hij/zij het liefst wil, zodat de rechter daarmee rekening kan houden bij zijn beslissing.

U moet uw kind betrekken bij het opstellen van het ouderschapsplan. Uiteindelijk bent u als ouders niet verplicht om aan de wensen van uw kind gevolg te geven. De eindbeslissing is aan u beiden of, als u er samen niet uitkomt, aan de rechter. De rechter zal het kind horen als het twaalf jaar of ouder is en kan met zijn/haar wensen rekening houden. De rechter beslist uiteindelijk zelf.

Ouderlijk gezag

Ouderlijk gezag over uw kind betekent dat u als ouder de wettelijke vertegenwoordiger van het kind bent en zijn/haar geld en spullen beheert. U heeft met een ander woord zeggenschap over uw kind. U bent ook verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind en u bent onderhoudsplichtig jegens het kind.

Ouders die gezag uitoefenen, moeten het kind verzorgen en opvoeden. Dit betekent dat u moet zorgen voor onderdak, voeding en verzorging. Daarnaast bent u de wettelijke vertegenwoordiger van het kind. En u heeft een onderhoudsplicht totdat het kind 21 jaar wordt.

In dat geval heeft alleen de moeder van rechtswege het ouderlijk gezag. De vader niet. Wilt u als de vader ook ouderlijk gezag, dan moet u samen met de moeder bij de rechtbank een verzoek indienen voor aantekening van het gezamenlijk gezag in het gezagsregister. Hiervoor heeft u geen advocaat nodig. Als de moeder niet instemt, dan kunt u als vader eenzijdig de rechtbank verzoeken om ook ouderlijk gezag te krijgen. Hiervoor heeft u wel een advocaat nodig.

Het ouderlijk gezag eindigt automatisch als uw kind 18 jaar wordt of als het vóór die tijd trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat. U kunt het gezag ook kwijtraken, als u uw kind niet kunt verzorgen en opvoeden of als uitoefening van het gezag om een andere reden niet in het belang van het kind is. Het ouderlijk gezag eindigt niet als u gaat scheiden.

Als u samen het ouderlijk gezag uitoefent en een van u overlijdt, dan krijgt de andere ouder automatisch het eenhoofdig gezag over het kind. Komt u allebei te overlijden, dan bepaalt de rechter wie voogd wordt. U kunt in uw testament bepalen wie er als voogd benoemd moet worden. U kunt dit ook laten aantekenen in het gezagsregister bij de rechtbank. Als u alleen het ouderlijk gezag heeft en u overlijdt, dan bepaalt de rechter wie voortaan het gezag krijgt. U kunt in uw testament bepalen wie er als voogd benoemd moet worden. Maar als de andere ouder binnen één jaar vraagt om met het ouderlijk gezag belast te worden, dan heeft hij/zij de voorkeur boven de aangewezen voogd.

De ouders kunnen bij testament of notariële akte een voogd aanwijzen voor het geval zij zelf komen te overlijden. Als de ouders dat niet hebben vastgelegd, neemt de rechter een beslissing. De rechter zal dan samen met de eventueel achterblijvende familieleden bekijken wat de beste oplossing is. De rechter kan daarbij advies inwinnen van de Raad voor de Kinderbescherming.

Kinderalimentatie

U kunt samen bepalen wat de kosten van uw kind zijn. Hiervoor kunt u gebruikmaken van de zogenoemde NIBUD-normen. Deze normen worden ook door de rechter gehanteerd.

Elk van de ouders draagt naar draagkracht bij. Daarbij zijn beide inkomens van belang en de zorgregeling die de ouders zijn overeengekomen.

De wettelijke alimentatieverplichting duurt tot 21 jaar. Vanaf 18 jaar is een kind weliswaar meerderjarig, maar het houdt recht op alimentatie zolang het daar behoefte aan heeft.

Zodra uw kind 21 jaar is, stopt de wettelijke onderhoudsverplichting. U hoeft dan geen kinderalimentatie meer te betalen, tenzij het kind door bijzondere omstandigheden niet in het eigen levensonderhoud kan voorzien.

Nee, uw nieuwe partner is niet verplicht om mee te betalen. Maar als u met hem/haar getrouwd bent of hij/zij is uw geregistreerd partner én het kind maakt deel uit van uw gezin, dan is uw partner wel onderhoudsplichtig, op grond van stiefouderschap.

Kinderalimentatie en zorgregeling zijn twee verschillende dingen. U kunt dus verplicht zijn om alimentatie te betalen, ook als u geen contact heeft met uw kind.

Partneralimentatie

Ja en nee. Of advocatenkosten fiscaal aftrekbaar zijn hangt af van de soort werkzaamheden die de advocaat verricht. In een echtscheidingsprocedure zijn de advocatenkosten die gemoeid zijn met verkrijging of behoud van alimentatie fiscaal aftrekbaar. De kosten die de alimentatiebetaler maakt in verband daarmee zijn niet aftrekbaar. Ook andere werkzaamheden in een echtscheidingsprocedure zijn niet fiscaal aftrekbaar.

Nee, tenzij u dit met uw ex-partner heeft vastgelegd in de samenlevingsovereenkomst.

Dat is afhankelijk van de hoogte van uw inkomen. Als u met uw inkomen niet volledig kunt voorzien in uw eigen levensonderhoud, heeft u daarnaast nog recht op partneralimentatie. Of uw ex-partner dit ook kan betalen, is afhankelijk van zijn draagkracht.

De duur van betaling van partneralimentatie is wettelijk beperkt, doorgaans tot twaalf jaar. Vaak wordt deze termijn verkort. Als het huwelijk niet langer dan vijf jaar heeft geduurd én kinderloos is gebleven, dan is de duur van betaling van partneralimentatie op grond van de wet gelijk aan de duur van het huwelijk. Ook kan de rechter bepalen dat de partneralimentatie voor een kortere periode moet gelden, bijvoorbeeld wegens de (hoge) leeftijd van de betalende partij of omdat de ontvanger inmiddels zelf in staat is om inkomen te verdienen. De termijn kan in bijzondere gevallen ook worden verlengd.

De hoogte van de partneralimentatie hangt af van de behoefte van uw ex-partner en uw eigen draagkracht. Dit is per geval verschillend.

Nee. Zolang het wetsvoorstel nog niet is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer kunt u hier geen beroep op doen. Indien u nu gaat scheiden, dan blijven op uw situatie de huidige wettelijke regels van toepassing en dus ook een maximale duur van 12 jaar. Lees meer over het Wetsvoorstel Herziening Partneralimentatie.

Nee. Zolang het wetsvoorstel nog niet is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer kunt u hier geen beroep op doen. Indien u nu gaat scheiden, dan blijven op uw situatie de huidige wettelijke regels van toepassing en dus ook een maximale duur van 12 jaar. Lees meer over het Wetsvoorstel Herziening Partneralimentatie.

Partneralimentatie is fiscaal aftrekbaar voor de betaler, maar de ontvanger betaalt er juist belasting over. Dit is van belang voor het vaststellen van de hoogte van de partneralimentatie.

Als uw ex-partner de partneralimentatie niet betaalt, kunt u de hulp inroepen van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Dit is voor u kosteloos. U kunt ook een deurwaarder inschakelen.

Kinderalimentatie heeft voorrang boven partneralimentatie. Eerst wordt gekeken of u kinderalimentatie kunt betalen en pas daarna of u nog draagkracht heeft om partneralimentatie te betalen.

De overheid past jaarlijks de alimentatiebedragen aan aan de loonstijgingen. Dit heet wettelijke indexering. U kunt dit in onderling overleg ook uitsluiten als u dat wilt.

Wijziging Alimentatie

Als de inkomensverlaging blijvend is, dan kan dat reden zijn voor verlaging van de alimentatie. U kunt hiervoor een berekening laten maken door een advocaat.

Dat kan alleen in zeer bijzondere omstandigheden en komt bijna nooit voor. Hierover moet een rechter uitspraak doen.

U kunt dan een verzoek tot wijziging van de alimentatie indienen bij de rechtbank. De rechter zal uiteindelijk een nieuwe alimentatie vaststellen. Het verzoek moet u samen met een advocaat indienen.

Als uw ex-partner een hoger inkomen heeft gekregen, heeft hij/zij mogelijk ook meer draagkracht om alimentatie te betalen. In dat geval kunt u de rechter vragen om een nieuwe, hogere alimentatie vast te stellen.

Wet herziening partneralimentatie

Nee. Zolang het wetsvoorstel nog niet is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer kunt u hier geen beroep op doen. Indien u nu gaat scheiden, dan blijven op uw situatie de huidige wettelijke regels van toepassing en dus ook een maximale duur van 12 jaar. Lees meer over het Wetsvoorstel Herziening Partneralimentatie.

Nee. Zolang het wetsvoorstel nog niet is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer kunt u hier geen beroep op doen. Indien u nu gaat scheiden, dan blijven op uw situatie de huidige wettelijke regels van toepassing en dus ook een maximale duur van 12 jaar. Lees meer over het Wetsvoorstel Herziening Partneralimentatie.

Algehele gemeenschap van goederen

Verdelen is niets anders dan dat u een optelsom maakt van alle bezittingen en schulden en deze tussen u beiden verdeelt. In de manier waarop u verdeelt, bent u vrij. Uitgangspunt is dat ieder van u recht heeft op de helft.

U moet dan verdelen. Als u niets geregeld heeft, bent u namelijk in gemeenschap van goederen getrouwd. Wanneer u voor 1 januari 2018 bent getrouwd, dan bent u in algehele gemeenschap van goederen getrouwd. Wanneer u na 1 januari 2018 bent getrouwd, dan bent u in beperkte gemeenschap van goederen getrouwd.

Wanneer u vóór 1 januari 2018 bent gehuwd, dan bent u in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en valt het huis in de huwelijksgoederengemeenschap. Uw ex heeft dan recht op de helft ervan. Dit kan anders liggen wanneer het huis (mede) gefinancierd is met erfenisgeld of schenkingsgeld waarop een uitsluitingsclausule van toepassing is. Wanneer u ná 1 januari 2018 bent gehuwd, dan bent u in beperkte gemeenschap van goederen gehuwd en valt het huis niet in de huwelijksgoederengemeenschap. Uw ex heeft dan geen recht op een deel daarvan. Dit kan anders liggen wanneer er tijdens het huwelijk door u beiden is geïnvesteerd in de woning. Afhankelijk van de soort investering, heeft uw ex mogelijk recht op een deel van de waarde van de woning.

Uw ex-partner heeft in beginsel recht op de helft van de waarde van de aandelen. Dit kan anders liggen wanneer bijvoorbeeld het bedrijf is gestart voor het huwelijk, maar dan alleen als u in beperkte gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk ná 1 januari 2018). Ook kan dit anders liggen wanneer u in algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk vóór 1 januari 2018) en bijvoorbeeld het bedrijf oorspronkelijk is gestart met erfenisgeld of schenkingsgeld waarop een uitsluitingsclausule van toepassing is.

Wanneer u in algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk vóór 1 januari 2018), dan komen de schulden voor rekening van u beiden, ieder voor de helft. Uw ex moet daar dus ook een deel van betalen. In uitzonderlijke gevallen kan dit anders liggen. Wanneer u in beperkte gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk ná 1 januari 2018), dan komen de schulden die zijn ontstaan voor het huwelijk uitsluitend voor uw rekening. Uw ex kan daarvoor niet worden aangesproken. Wanneer de schulden tijdens het huwelijk zijn ontstaan, moet uw ex daar wel een deel van betalen.

U mag de erfenis zelf houden als u in beperkte gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk ná 1 januari 2018). Wanneer u in algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk vóór 1 januari 2018), dan mag u de erfenis alleen zelf houden als daarop een uitsluitingsclausule van toepassing is. Is dit niet het geval, dan valt de erfenis in de huwelijksgoederengemeenschap en moet u deze, of wat ervan nog over is, bij scheiding bij helfte verdelen.

U mag de schenking zelf houden als u in beperkte gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk ná 1 januari 2018). Wanneer u in algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk vóór 1 januari 2018) dan mag u de schenking alleen zelf houden als er een uitsluitingsclausule op van toepassing is. Is dit niet het geval, dan valt de schenking in de huwelijksgoederengemeenschap en moet u deze, of wat ervan nog over is, bij scheiding bij helfte verdelen.

Beperkte gemeenschap van goederen

Verdelen is niets anders dan dat u een optelsom maakt van alle bezittingen en schulden en deze tussen u beiden verdeelt. In de manier waarop u verdeelt, bent u vrij. Uitgangspunt is dat ieder van u recht heeft op de helft.

U moet dan verdelen. Als u niets geregeld heeft, bent u namelijk in gemeenschap van goederen getrouwd. Wanneer u voor 1 januari 2018 bent getrouwd, dan bent u in algehele gemeenschap van goederen getrouwd. Wanneer u na 1 januari 2018 bent getrouwd, dan bent u in beperkte gemeenschap van goederen getrouwd.

Wanneer u vóór 1 januari 2018 bent gehuwd, dan bent u in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en valt het huis in de huwelijksgoederengemeenschap. Uw ex heeft dan recht op de helft ervan. Dit kan anders liggen wanneer het huis (mede) gefinancierd is met erfenisgeld of schenkingsgeld waarop een uitsluitingsclausule van toepassing is. Wanneer u ná 1 januari 2018 bent gehuwd, dan bent u in beperkte gemeenschap van goederen gehuwd en valt het huis niet in de huwelijksgoederengemeenschap. Uw ex heeft dan geen recht op een deel daarvan. Dit kan anders liggen wanneer er tijdens het huwelijk door u beiden is geïnvesteerd in de woning. Afhankelijk van de soort investering, heeft uw ex mogelijk recht op een deel van de waarde van de woning.

Uw ex-partner heeft in beginsel recht op de helft van de waarde van de aandelen. Dit kan anders liggen wanneer bijvoorbeeld het bedrijf is gestart voor het huwelijk, maar dan alleen als u in beperkte gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk ná 1 januari 2018). Ook kan dit anders liggen wanneer u in algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk vóór 1 januari 2018) en bijvoorbeeld het bedrijf oorspronkelijk is gestart met erfenisgeld of schenkingsgeld waarop een uitsluitingsclausule van toepassing is.

Wanneer u in algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk vóór 1 januari 2018), dan komen de schulden voor rekening van u beiden, ieder voor de helft. Uw ex moet daar dus ook een deel van betalen. In uitzonderlijke gevallen kan dit anders liggen. Wanneer u in beperkte gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk ná 1 januari 2018), dan komen de schulden die zijn ontstaan voor het huwelijk uitsluitend voor uw rekening. Uw ex kan daarvoor niet worden aangesproken. Wanneer de schulden tijdens het huwelijk zijn ontstaan, moet uw ex daar wel een deel van betalen.

U mag de erfenis zelf houden als u in beperkte gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk ná 1 januari 2018). Wanneer u in algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk vóór 1 januari 2018), dan mag u de erfenis alleen zelf houden als daarop een uitsluitingsclausule van toepassing is. Is dit niet het geval, dan valt de erfenis in de huwelijksgoederengemeenschap en moet u deze, of wat ervan nog over is, bij scheiding bij helfte verdelen.

U mag de schenking zelf houden als u in beperkte gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk ná 1 januari 2018). Wanneer u in algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk vóór 1 januari 2018) dan mag u de schenking alleen zelf houden als er een uitsluitingsclausule op van toepassing is. Is dit niet het geval, dan valt de schenking in de huwelijksgoederengemeenschap en moet u deze, of wat ervan nog over is, bij scheiding bij helfte verdelen.

Huwelijksvoorwaarden

Het is mogelijk dat u samen bezittingen heeft gekregen tijdens het huwelijk, bijvoorbeeld een eigen woning. Deze bezittingen moeten u dan onderling verdelen. Heeft u samen geen bezittingen, dan hoeft u niets te verdelen. Mogelijk moet u wel met elkaar verrekenen als dat in de huwelijksvoorwaarden staat.

Huwelijksvoorwaarden regelen hoe u bij een scheiding financieel met elkaar afrekent. Huwelijksvoorwaarden zijn niet standaard en daarom moet u goed lezen wat erin vermeld staat.

Dit beding, opgenomen in veel huwelijksvoorwaarden, bepaalt dat de echtelieden periodiek het inkomen verrekenen dat is overgebleven na betaling van de huishoudelijke kosten. De meeste echtelieden doen dit niet tijdens het huwelijk. Bij echtscheiding moeten zij dat dan alsnog doen.

U moet dan verdelen. Als u niets geregeld heeft, bent u namelijk in gemeenschap van goederen getrouwd. Wanneer u voor 1 januari 2018 bent getrouwd, dan bent u in algehele gemeenschap van goederen getrouwd. Wanneer u na 1 januari 2018 bent getrouwd, dan bent u in beperkte gemeenschap van goederen getrouwd.

Wanneer u vóór 1 januari 2018 bent gehuwd, dan bent u in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en valt het huis in de huwelijksgoederengemeenschap. Uw ex heeft dan recht op de helft ervan. Dit kan anders liggen wanneer het huis (mede) gefinancierd is met erfenisgeld of schenkingsgeld waarop een uitsluitingsclausule van toepassing is. Wanneer u ná 1 januari 2018 bent gehuwd, dan bent u in beperkte gemeenschap van goederen gehuwd en valt het huis niet in de huwelijksgoederengemeenschap. Uw ex heeft dan geen recht op een deel daarvan. Dit kan anders liggen wanneer er tijdens het huwelijk door u beiden is geïnvesteerd in de woning. Afhankelijk van de soort investering, heeft uw ex mogelijk recht op een deel van de waarde van de woning.

Uw ex-partner heeft in beginsel recht op de helft van de waarde van de aandelen. Dit kan anders liggen wanneer bijvoorbeeld het bedrijf is gestart voor het huwelijk, maar dan alleen als u in beperkte gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk ná 1 januari 2018). Ook kan dit anders liggen wanneer u in algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk vóór 1 januari 2018) en bijvoorbeeld het bedrijf oorspronkelijk is gestart met erfenisgeld of schenkingsgeld waarop een uitsluitingsclausule van toepassing is.

Eigen woning

Dit hangt af van uw situatie en van uw financiële mogelijkheden. Als u de lasten niet kunt betalen, dan moet de woning verkocht worden of aan uw ex-partner toegescheiden.

U kunt de rechter vragen om uw ex te bevelen om mee te werken aan verkoop van de woning. De rechter kan daarbij een dwangsom opleggen. De rechter kan in bijzondere situaties zelfs bepalen dat u zonder medewerking van uw ex de woning mag verkopen en leveren aan een derde.

U bent fiscaal partner tot op het moment dat u én een verzoekschrift tot echtscheiding bij de rechtbank heeft ingediend én u niet meer op hetzelfde adres woonachtig bent.

Als u voor de helft eigenaar bent van de woning en u betaalt uw aandeel in de hypotheekrente, dan mag u ook na vertrek uit de woning de door u betaalde hypotheekrente aftrekken. Dit mag tot uiterlijk twee jaar na uw vertrek. Daarna is dit niet meer mogelijk en verschuift uw vermogen in de woning naar box 3. Als de woning een overwaarde vertegenwoordigt, moet u daarover vermogensbelasting te betalen

Bent u voor de helft eigenaar van de woning, maar betaalt u wel alle hypotheekrente, dan mag u niet zomaar alle hypotheekrente aftrekken. Eigenlijk mag u maar de helft van de hypotheekrente aftrekken, omdat u slechts voor de helft eigenaar bent. Dit kunt u ondervangen door met elkaar af te spreken dat u het aandeel in de betaling van de hypotheekrente van uw ex voor hem/haar betaalt met als reden (titel) alimentatie. Deze ‘alimentatie’ is fiscaal aftrekbaar zodat u uiteindelijk toch 100% aftrek geniet.

Uw ex-partner heeft in beginsel recht op de helft van de waarde van de aandelen. Dit kan anders liggen wanneer bijvoorbeeld het bedrijf is gestart voor het huwelijk, maar dan alleen als u in beperkte gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk ná 1 januari 2018). Ook kan dit anders liggen wanneer u in algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd (huwelijk vóór 1 januari 2018) en bijvoorbeeld het bedrijf oorspronkelijk is gestart met erfenisgeld of schenkingsgeld waarop een uitsluitingsclausule van toepassing is.

Pensioenrechten

Als uw partner overlijdt, vervalt zijn/haar ouderdomspensioen. Daarvoor in de plaats ontvangt u als nabestaande partnerpensioen. Bent u inmiddels van uw partner gescheiden, dan kunt u recht hebben op een deel van het partnerpensioen dat hij of zij heeft opgebouwd.

U kunt in het pensioenoverzicht van uw partner nakijken of er sprake is van opgebouwd partnerpensioen of partnerpensioen dat op risicobasis is verzekerd.

Als uw ex-partner voor of tijdens het huwelijk partnerpensioen heeft opgebouwd en geen andere partner heeft gehad, dan heeft u recht op het volledige opgebouwde partnerpensioen tot aan datum van de echtscheiding. Het partnerpensioen dat uw ex-partner daarna heeft opgebouwd, komt ten gunste van een eventuele nieuwe partner.

Het is gebruikelijk om bij de vaststelling van het inkomen te kijken naar de jaarcijfers over de afgelopen drie jaren. U heeft recht op inzage in de onverkorte versies van deze jaarcijfers en kunt deze dus bij hem/haar opvragen. Zo nodig kan de rechter op uw verzoek uw partner bevelen om deze stukken aan u te overhandigen.

Meestal wordt rekening gehouden met de gemiddelde winst uit onderneming in de afgelopen drie jaren.

Als uw ex-partner voor of tijdens het huwelijk partnerpensioen heeft opgebouwd en geen andere partner heeft gehad, dan heeft u recht op het volledige opgebouwde partnerpensioen tot aan datum van de echtscheiding. Het partnerpensioen dat uw ex-partner daarna heeft opgebouwd, komt ten gunste van een eventuele nieuwe partner.

Ja, maar het is wel belangrijk dat zowel u als uw ex de financiële en met name de fiscale gevolgen daarvan kennen.

Verdelen/ verrekenen en eigen bedrijf

Als u gaat scheiden en u heeft een eigen bedrijf, dan moet u de waarde daarvan vaak met uw ex-partner verdelen of verrekenen. Veel hangt af van de vraag wat voor soort bedrijf het is en of u in gemeenschap van goederen bent gehuwd of op huwelijksvoorwaarden.

Dit is afhankelijk van het soort onderneming dat u heeft en van de winstgevendheid daarvan, ook in de toekomst. Er zijn verschillende methodes om de waarde te berekenen. Hierover bestaat in de praktijk veel discussie. Speciale waarderingsdeskundigen kunnen de waarde vaststellen, al dan niet in opdracht van de rechtbank of van uzelf.

Meestal wel, en meestal is voortzetting ook in het belang van u beiden. De onderneming zal immers inkomen opleveren, waarmee een van u de ander kan uitkopen, of de alimentatie kan betalen.

Ja, als u daarover afspraken met elkaar kunt maken. Lukt dat niet, dan ligt het voor de hand dat een van u beiden de onderneming voortzet en de ander zijn/haar taken neerlegt. In dat geval moet u samen nog wel de waarde van de onderneming vaststellen en deze verrekenen. Hoe u dat doet, hangt af van de vraag of u in gemeenschap van goederen bent gehuwd of op huwelijksvoorwaarden.

Pensioen en eigen bedrijf

Ja, maar dit mag niet leiden tot een situatie waarin de continuïteit van uw onderneming in gevaar komt. In dat geval is afstorting ineens niet afdwingbaar, maar mogelijk wel in termijnen of via alternatieve wegen.

De FOR is geen gespaard recht op een pensioenuitkering en u hoeft deze reserve dus niet te verdelen of te verrekenen.

In overleg met uw partner kunt u geheel of gedeeltelijk afzien van verevening van ouderdomspensioenrechten. Een afspraak daarover hangt meestal samen met andere afspraken over de financiële afwikkeling van het huwelijk.

Samenlevingsovereenkomst

Als u gaat samenleven, bent u niet verplicht om een samenlevingsovereenkomst te sluiten. Wel is het verstandig om dit te doen om mogelijke discussies in de toekomst te voorkomen.

U kunt zelf een samenlevingsovereenkomst opstellen. U hoeft hiervoor dus niet naar de notaris of een advocaat. Wel is het aan te bevelen om dit te doen. Zij zijn op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen en kunnen rekening houden met bijzondere omstandigheden die voor u gelden.

U kunt zelf een samenlevingsovereenkomst opstellen. U hoeft hiervoor dus niet naar de notaris of een advocaat. Wel is het aan te bevelen om dit te doen. Zij zijn op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen en kunnen rekening houden met bijzondere omstandigheden die voor u gelden.

In een samenlevingsovereenkomst kunt u alles regelen wat u wilt. Het is echter gebruikelijk om daarin uitsluitend financiële regelingen op te nemen, bijvoorbeeld over de wijze waarop de huishoudelijke kosten worden verdeeld of hoe u met elkaar afrekent op het moment dat de samenlevingsovereenkomst eindigt.

Kinderen en einde samenleving

In een ouderschapsplan staan afspraken over de verzorging en opvoeding van uw kind. Meer informatie over een ouderschapsplan en een voorbeeldmodel ouderschapsplan downloaden.

Een ouderschapsplan is wettelijk verplicht voor gehuwde en geregistreerde ouders. Ook samenlevende ouders die gezamenlijk gezag uitoefenen over hun kinderen moeten een ouderschapsplan maken bij beëindiging van hun samenleving.

Ja, dat is zelfs het uitgangspunt. Heeft u vragen of komt u er samen niet uit, dan kunt u de hulp van een advocaat of een mediator inroepen.

Als u zonder succes alles heeft geprobeerd om hem/haar ertoe te bewegen samen een ouderschapsplan op te stellen, dan kunt u uiteindelijk de rechtbank vragen om een beslissing te nemen.

Ja, u kunt het ouderschapsplan op ieder gewenst moment aanpassen. Kinderen ontwikkelen zich voortdurend en situaties en inzichten die u heeft kunnen veranderen. U moet wel samen overeenstemming bereiken over een aanpassing. Lukt dat niet, dan moet u de rechter vragen zich erover uit te spreken.

Beëindigt u het samenleven en bent u beiden belast met het ouderlijk gezag over de kinderen, dan bent u wettelijk verplicht om een ouderschapsplan op te stellen.

In dat geval heeft alleen de moeder van rechtswege het ouderlijk gezag. De vader niet. Wilt u als de vader ook ouderlijk gezag, dan moet u samen met de moeder bij de rechtbank een verzoek indienen voor aantekening van het gezamenlijk gezag in het gezagsregister. Hiervoor heeft u geen advocaat nodig. Als de moeder niet instemt, dan kunt u als vader eenzijdig de rechtbank verzoeken om ook ouderlijk gezag te krijgen. Hiervoor heeft u wel een advocaat nodig.

Verdeling goederen en einde samenleving

Alle privébezittingen en schulden blijven van degene die daarover beschikte of die deze was aangegaan. De schuld van uw partner komt dus alleen voor zijn/haar rekening.

U kunt de rechter vragen om uw ex te bevelen om mee te werken aan verkoop van de woning. De rechter kan daarbij een dwangsom opleggen. De rechter kan in bijzondere situaties zelfs bepalen dat u zonder medewerking van uw ex de woning mag verkopen en leveren aan een derde.

Alimentatie en einde samenleving

U kunt samen bepalen wat de kosten van uw kind zijn. Hiervoor kunt u gebruikmaken van de zogenoemde NIBUD-normen. Deze normen worden ook door de rechter gehanteerd.

Elk van de ouders draagt naar draagkracht bij. Daarbij zijn beide inkomens van belang en de zorgregeling die de ouders zijn overeengekomen.

De wettelijke alimentatieverplichting duurt tot 21 jaar. Vanaf 18 jaar is een kind weliswaar meerderjarig, maar het houdt recht op alimentatie zolang het daar behoefte aan heeft.

Zodra uw kind 21 jaar is, stopt de wettelijke onderhoudsverplichting. U hoeft dan geen kinderalimentatie meer te betalen, tenzij het kind door bijzondere omstandigheden niet in het eigen levensonderhoud kan voorzien.

Nee, tenzij u dit met uw ex-partner heeft vastgelegd in de samenlevingsovereenkomst.

Ja, dat kan, bijvoorbeeld in een officiële samenlevingsovereenkomst. U kunt daarin verklaren dat de alimentatieregeling geldt die ook van toepassing is in geval van een huwelijk.

Pensioen en einde samenleving

Ja. U moet dat wel vastleggen in een samenlevingsovereenkomst en regelen met de pensioenuitvoerder.

Nee, niet als u dat niet heeft vastgelegd in een samenlevingsovereenkomst en geregeld met de pensioenuitvoerder.

Geen testament

Nee, tenzij u daarover afspraken heeft gemaakt in de samenlevingsovereenkomst.

Dat is niet vanzelfsprekend. Als het uw eigen woning betreft, dan mag uw partner alleen in de woning blijven wonen als uw erfgenamen dat goed vinden. Wel kunt u bij testament bepalen dat uw partner (mede)erfgenaam wordt of in de woning mag blijven wonen. Is de woning gemeenschappelijk eigendom, dan mag uw partner in de woning blijven wonen als jullie dat hebben geregeld in de samenlevingsovereenkomst via een zogenoemd ‘verblijvingsbeding’ of in een testament. Als jullie daarover niets hebben geregeld, dan zal uw partner afspraken moeten maken met uw erfgenamen over voortzetting van de bewoning.

Legitieme portie/ kindsdeel

De legitieme portie wordt ook wel kindsdeel genoemd. Dit geeft recht op een gedeelte van de nalatenschap.

U heeft recht op de legitieme portie als uw vader of moeder overlijdt, want u bent een afstammeling van uw ouders.

Er is geen verschil tussen de legitieme portie en het kindsdeel. Het kindsdeel is een ander woord voor de juridische term ‘legitieme portie’.

Ja. Wanneer u onterfd bent, dan heeft u recht op de legitieme portie. In de meeste gevallen komt dit erop neer dat de legitieme portie de helft is van wat u normaalgesproken als erfgenaam zou krijgen.

Betaling legitieme portie

De legitieme portie is niet altijd direct opeisbaar. In ieder geval is de legitieme portie niet opeisbaar gedurende de eerste 6 maanden na het overlijden. Wanneer de erflater gehuwd was, dan is de legitieme portie onder omstandigheden ook niet direct opeisbaar.

De legitimaris heeft een vordering in geld. Er bestaat dus geen recht op afgifte van goederen van de erflater.

De langstlevende kan vaak volledig beschikken over de nalatenschap. Wanneer bij het overlijden van de langstlevende niets meer over is, dan blijft u met lege handen achter.

U dient uiterlijk binnen 5 jaar na het overlijden van de erflater kenbaar te maken of u aanspraak wilt maken op de legitieme portie. Wanneer u dat niet doet, dan vervalt uw recht.

Wanneer u nog niet kunt beschikken over de legitieme portie, dan dient de echtgenoot van de erflater de erfbelasting te voldoen.

Recht op informatie van een legitimaris

Ja, de legitimaris heeft recht op alle informatie die hij nodig heeft voor berekening van zijn legitieme portie.

De legitimaris moet de informatie opvragen bij de erfgenamen en/of eventuele executeur(s). Wanneer er sprake is van giften door de erflater gedaan voorafgaand aan zijn overlijden, heeft de legitimaris zelfs ook het recht om informatie over deze giften op te vragen bij degene die de betreffende gift heeft ontvangen.

De legitimaris heeft recht op alle informatie die hij nodig heeft voor berekening van zijn legitieme portie, waaronder IB-aangiften, bankafschriften, polissen, notariele akten, koopovereenkomsten, etc.

Ja, de erfgenamen zijn verplicht om de legitimaris alle informatie te geven die hij nodig heeft voor berekening van zijn legitieme portie.

Wanneer de erfgenamen weigeren om informatie te geven, dan kan de legitimaris de kantonrechter vragen om hen te horen of om hen een boedelbeschrijving te laten maken. Ook kan de rechtbank een vereffenaar benoemen.

De executeur

Een executeur wordt benoemd bij testament.

De erfgenamen kunnen niet zelf alsnog iemand tot een executeur benoemen als de erflater dit niet heeft gedaan. Er is dan geen executeur. De erfgenamen moeten dan samen tot afwikkeling overgaan.

De erflater kiest zelf de executeur uit. Dit kan een vertrouwenspersoon van de erflater zijn, maar bijvoorbeeld ook een advocaat of notaris.

Ja, een executeur die is benoemd door de erflater kan de benoeming weigeren. U wordt namelijk pas executeur als u deze taak aanvaardt.

Een executeur-testamentair is een oude benaming voor de executeur die wij nu kennen in ons rechtssysteem.

Taken executeur

De executeur heeft tot taak de bezittingen van de nalatenschap te beheren, vorderingen te innen en de schulden van de nalatenschap te voldoen. In het testament kunnen ook meer taken zijn omschreven.

De executeur moet informatie geven over de uitoefening van zijn taken aan de erfgenamen en aan bepaalde andere personen, zoals de legataris en de legitimaris.

De executeur kan zich bij de uitoefening van zijn taken laten adviseren door een advocaat of notaris. De kosten hiervan dienen te worden voldaan uit de nalatenschap.

Ja, een executeur die is benoemd door de erflater kan de benoeming weigeren. U wordt namelijk pas executeur als u deze taak aanvaardt.

Aansprakelijkheid executeur

Ja, wanneer de executeur zijn taken niet goed uitvoert en hierdoor schade ontstaat, dan kan de executeur hiervoor aansprakelijk worden gesteld.

De executeur doet er goed aan om voordat hij belangrijke beslissingen neemt, zoals bijvoorbeeld de verkoop van een woning of een effectenportefeuille, eerst nog te overleggen met de erfgenamen.

Einde en ontslag executeur

De executeur kan worden ontslagen wanneer deze zijn werk niet goed uitvoert, zoals onvoldoende informatie verschaffen.

Erfgenamen en andere betrokkenen kunnen de rechter verzoeken de executeur te ontslaan en om een andere executeur te benoemen. De rechter zal nagaan wat de redenen voor het ontslag zijn en of de bezwaren tegen zijn handelen niet kunnen worden opgeheven.

Nee, de executeur is verplicht om die handelingen te blijven verrichten die niet kunnen worden uitgesteld en die niet nadelig zijn voor de nalatenschap, ook al is hij ontslagen. Zijn werkzaamheden stoppen pas wanneer de nieuwe executeur zijn taken overneemt.

De executeur kan ook zelf aan de rechter ontslag vragen. Dit verzoek wordt bijna altijd toegewezen. Er wordt dan een nieuwe executeur benoemd.

De vereffenaar

Het vereffenen van een nalatenschap is het klaarmaken van de nalatenschap voor verdeling.

De nalatenschap wordt vereffend zodra een van de erfgenamen de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard of wanneer de rechter een vereffenaar heeft benoemd.

Taken vereffenaar

De vereffenaar maakt de nalatenschap klaar voor verdeling. Hij beheert de bezittingen van de nalatenschap, int de vorderingen en voldoet de schulden van de nalatenschap. De belangen van de erfgenamen en de schuldeisers dient hij daarbij te behartigen.

Instructies van erfgenamen hoeft de vereffenaar niet op te volgen. De vereffenaar kan het beheer met uitsluiting van de erfgenamen naar eigen inzicht voeren. Hij mag zelf kiezen welke zaken er worden verkocht. Het belangrijkste is dat zijn handelingen in het belang van de nalatenschap zijn.

De vereffenaar kan de hulp van een advocaat of notaris inschakelen om zich te laten adviseren bij de afwikkeling van de nalatenschap of wanneer er discussie ontstaat met de erfgenamen of andere betrokkenen.

Uitsluitend de door de rechtbank benoemde vereffenaar heeft recht op loon. De hoogte daarvan wordt door de rechtbank bepaald.

Aansprakelijkheid vereffenaar

Wanneer de vereffenaar zijn werk niet goed doet, dan kan hij worden ontslagen. De vereffenaar kan daarnaast ook in privé aansprakelijk worden gesteld door de erfgenamen en door de schuldeisers voor de schade die voortkomt uit het onzorgvuldig handelen van de vereffenaar.

De vereffenaar doet er goed aan om voordat hij belangrijke beslissingen neemt, zoals bijvoorbeeld de verkoop van een woning of een effectenportefeuille, eerst nog te overleggen met de erfgenamen.

Einde taak en ontslag vereffenaar

Wanneer de nalatenschap klaar is om te worden verdeeld en de vereffenaar rekening en verantwoording heeft afgelegd voor het werk dat hij gedaan heeft.

Erfgenamen en andere betrokkenen kunnen de rechter verzoeken de vereffenaar te ontslaan en een andere vereffenaar te benoemen. De rechter zal nagaan wat de redenen voor het ontslag zijn en/of de bezwaren tegen zijn handelen niet kunnen worden opgeheven.

De vereffenaar kan geschorst worden wanneer de rechter nader onderzoek nodig heeft om het handelen van de vereffenaar te beoordelen voordat er over het ontslag wordt beslist.

De vereffenaar is verplicht om die handelingen te verrichten die niet kunnen worden uitgesteld en die niet nadelig zijn voor de nalatenschap, ook al is hij ontslagen. Zijn werkzaamheden stoppen pas wanneer de nieuwe vereffenaar zijn taken overneemt.

De erfrechtelijke bewindvoerder

De erflater kan in zijn testament een bewindvoerder benoemen. Ook kan de rechtbank een bewindvoerder benoemen.

Er kunnen verschillende redenen zijn om een bewindvoerder te benoemen, bijvoorbeeld als de erflater vindt dat de erfgenamen moeten worden beschermd tegen zichzelf of tegen elkaar. Ook kan de erflater een afwikkelingsbewindvoerder benoemen die belast is met de afwikkeling en verdeling van de nalatenschap.

In feite kan iedereen als bewindvoerder worden benoemd. Zo kunnen familieleden, vrienden, maar ook professionals als bewindvoerder worden benoemd. Wel moet de aangewezen bewindvoerder handelingsbekwaam zijn. Dit betekent dat hij meerderjarig moet zijn en er geen sprake is van ondercuratelestelling.

De bewindvoerder kan de benoeming weigeren als hij dat wil. Er zal dan waarschijnlijk een andere bewindvoerder worden benoemd.

Taken erfrechtelijke bewindvoerder

De hoofdtaak van de bewindvoerder is het beheren van de goederen van de nalatenschap die onder bewind zijn gesteld.

De bewindvoerder dient jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen over het door hem gevoerde beheer. Dit moet hij doen aan de erfgenamen of andere belanghebbenden waarvoor het bewind is ingesteld. Wanneer de bewindvoerder door de rechtbank is benoemd, moet hij rekening en verantwoording afleggen aan de rechtbank.

De bewindvoerder heeft recht op loon. De hoogte van het loon is omschreven in het testament en kan in bepaalde gevallen door de rechter worden vastgesteld.

Aansprakelijkheid erfrechtelijke bewindvoerder

Wanneer de bewindvoerder zijn werk niet goed doet en daardoor schade ontstaat, dan kan hij hiervoor aansprakelijk worden gesteld.

De bewindvoerder kan in veel gevallen aansprakelijkheid voorkomen door bij belangrijke beslissingen in overleg te treden met de betrokken.

Einde taak en ontslag erfrechtelijke bewindvoerder

De taak van de bewindvoerder eindigt door tijdsverloop of door ontslag. Op dat moment dient hij rekening en verantwoording af te leggen voor het werk dat hij heeft gedaan.

De bewindvoerder kan worden ontslagen door de rechter. Hij kan dit ontslag zelf aanvragen. Ook kan dit ontslag door betrokkenen worden aangevraagd.

De erfrechtelijke verdeling

De verdeling van de nalatenschap betekent dat de erfgenamen afspreken wie wat uit de erfenis krijgt.

Na betaling van alle schulden moet de nalatenschap worden verdeeld tussen de erfgenamen.

Bij de verdeling van de nalatenschap moeten alle erfgenamen worden betrokken. De legitimaris is geen erfgenaam en behoeft dan ook niet bij de verdeling te worden betrokken.

De peildatum voor de omvang van de nalatenschap is het moment direct na het overlijden van de erflater. De peildatum voor de waarde van de nalatenschap is een ander moment, te weten het moment waarop de verdeling daadwerkelijk plaatsvindt. Dit kan dus jaren na het overlijden van de erflater zijn.

Verdeling door de rechter

Wanneer u er niet uitkomt met de andere erfgenamen, dan kunt u een mediator inschakelen. Ook kunt u naar de rechter stappen en een vordering tot verdeling instellen.

Hiervoor geldt geen termijn. U kunt ook na vele jaren nog steeds verdeling vorderen. Wanneer u te lang wacht, kan dit wel bewijsproblemen opleveren.

Na de vaststelling van de verdeling door de rechter dient u over te gaan tot uitvoering hiervan. Dit betekent onder meer dat levering dient plaats te vinden. Bij registergoederen, zoals een woning, moet dit via de notaris gebeuren.

Voorschot op de verdeling

Eigenlijk kunt u geen voorschot krijgen op uw erfdeel. In bijzondere omstandigheden kan dit soms wel. Dit wanneer u bijvoorbeeld verkeert in een financiële noodsituatie en het geld heel goed kunt gebruiken. Wel moet dan vaststaan dat de nalatenschap in ieder geval ruimschoots voldoende is om alle schuldeisers te voldoen en ook de vorderingen van de andere erfgenamen kunnen worden betaald.

U kunt een voorschot op uw erfdeel krijgen via een kort geding waarin u de rechtbank vraagt om een voorschot vast te stellen.

Mediation

U bent niet verplicht om uw scheiding via mediation af te wikkelen. Wel heeft mediation veel voordelen. Een mediation verloopt sneller dan een procedure, is goedkoper en u houdt te allen tijde zelf de regie in handen.

Een mediationtraject duurt gemiddeld twee maanden. Natuurlijk kan dit ook veel sneller als u dat wenst. Ook kunt u meer tijd nemen voor het maken van afspraken. De uiteindelijke duur van het mediationtraject is dan ook afhankelijk van de omstandigheden en uw wensen.

Een mediationgesprek duurt gemiddeld één a twee uur.

In de meeste gevallen zijn er in het mediationtraject twee tot vier gesprekken nodig, maar dit hangt sterk af van wat er geregeld moet worden.

Alles wat in een mediation wordt besproken is vertrouwelijk. Dit betekent dat – in geval u er samen niet uitkomt - u noch uw ex-partner aan de rechtbank mogen vertellen wat er is besproken.

Als de mediation succesvol verloopt, wordt deze afgesloten met ondertekening van een echtscheidingsconvenant en eventueel een ouderschapsplan als u minderjarige kinderen heeft. Als u getrouwd bent, dan zal de advocaat-mediator deze stukken voor u bij de rechtbank indienen met een verzoek tot echtscheiding. Als u niet getrouwd bent, dan is de scheiding met ondertekening van deze documenten afgewikkeld.

Neem gerust contact op

Onze experts staan 7 dagen in de week voor U klaar.

Overlijden

Ik heb een erfenis ontvangen. Heeft mijn ex recht op een deel daarvan?

Algemeen

Zijn de gemaakte advocatenkosten ook fiscaal aftrekbaar?

Overlijden

De executeur doet zij werk niet goed, wat kan ik doen?

Scheiden

Heb ik na echtscheiding ook recht op pensioen?